Een deel van het jaar woon ik in Zweden. Daar ben ik heel gelukkig, met een zonnestraal. Of een wandeling op straat. Het duurde lang voor ik uitgevonden had, waar ik me eigenlijk gelukkig voelde en waarom. Nederlands is niet slecht, maar het verleden speelde een te grote rol. Tenslotte herinnerde ik mij, dat ik als kleuter met een paar Zweedse kinderen naar school ging. Zij woonden in de bossen en hun vaders werkten in de bosbouw. Zo kreeg ik midden in Nederland een deels Zweedse jeugd. Ja, als ik bij ze wilde spelen, moest ik door de bossen fietsen en dat vond ik best eng. Maar ik wist overal de weg. In de avond werd ik dan comfortabel in een Landrover naar huis gebracht. Ook herinner ik mij levendig hun moeders: söta mor (zoete moeder) zoals de Zweden het zeggen. Jawel. een van hen werd mijn söta mor. Ze was lief en mooi en ze luisterde naar mij en ik mocht ook beslissen wat er moest gebeuren. Dat was een heel bijzondere ervaring voor mij, dat de vrouw deed wat ik wilde. Pas jaren later realiseerde ik mij, dat de achtergrond hiervan een bittere noodzaak was. Als kind moest je je kunnen redden en mocht je in de bossen verdwalen, dan moest je wel je eigen beslissingen kunnen nemen. De sfeer was zeer hartelijk.
De eerste tijd dat ik door Zweden zwierf, vond ik het de hemel op aarde. Er zijn veel Nederlandse mensen die dat vinden en er niet meer weggaan. De vrouwen waren vriendelijk en de mannen bijzonder charmant. Ik was ieder keer perplex. Niks stug, niks zwijgzaam. Ze stonden op straat te wachten om een praatje te maken. Blijkbaar was mijn Zweedse jeugd van me af te lezen.
zaterdag 20 maart 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten